NL | FR | EN
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Stress

De collectieve arbeidsovereenkomst versus de codex over het welzijn op het werk

De preventie van stress op het werk maakt deel uit van het materieel toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.  Voor de inwerkingtreding van dit KB was deze materie geregeld door de Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 72 van 30 maart 1999 betreffende het beleid ter voorkoming van stress door het werk (DOC, 36 KB), gesloten in de Nationale Arbeidsraad, en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 juni 1999 (Belgisch Staatsblad van 9 juli 1999).

De collectieve arbeidsovereenkomst is enkel van toepassing op werkgevers uit de privé-sector. Dit impliceert dat de principes die worden opgelegd door een collectieve arbeidsovereenkomst niet kunnen afgedwongen worden ten aanzien van de werkgevers uit de openbare sector. Het gaat hier om een beperking ratione personae. Het koninklijk besluit van 17 mei 2007 is daarentegen zowel in de privé als in de publieke sector van toepassing.

Zoals voor het koninklijk besluit van 17 mei 2007 is de CAO nr. 72 een concrete toepassing van de principes van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan op een specifiek domein, nl. de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waarbij de concrete invulling van die principes nader wordt geëxpliciteerd. In tegenstelling tot het koninklijk besluit van 17 mei 2007 behandelt de C.A.O. niet noodzakelijk alle vormen van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, daar zij zich uitsluitend richt op de stressproblematiek. Zij beoogt noch maatregelen voor te schrijven op het vlak van het individu, noch maatregelen vast te stellen die kaderen in de tertiaire preventie.

Hieronder worden enkel de bepalingen van de CAO nr. 72 toegelicht. De verplichtingen van de werkgever in verband met de voorkoming van stress door het werk die in het koninklijk besluit van 17 mei 2007 werden vastgelegd, worden toegelicht in het thema "Psychosociale belasting veroorzaakt door het werk".

Definitie van stress

Het begrip stress is een door een groep van werknemers als negatief ervaren toestand die gepaard gaat met klachten of disfunctioneren in lichamelijk, psychisch en/of sociaal opzicht en die het gevolg is van het feit dat werknemers niet in staat zijn om aan de eisen en verwachtingen die hen vanuit de werksituatie gesteld worden te voldoen.

Risico-analyse

Elke beleid in verband met de voorkoming van stress door het werk is zoals elk preventiebeleid gesteund op de risico-analyse en houdt rekening met de algemene preventiebeginselen. Binnen het kader van het dynamisch risicobeheersingssysteem zal de werkgever dus de risico's op stress moet opsporen en evalueren en preventiemaatregelen moet treffen. Deze verplichting is ook opgenomen in het koninklijk besluit van 17 mei 2007.

Dit betekent in de eerste plaats dat de werksituatie moet worden geanalyseerd, waarbij rekening moet worden gehouden met de volgende aspecten:

  • de taak: bijvoorbeeld de complexiteit van het werk, autonomie, overbelasting, tempo;
  • de arbeidsomstandigheden: bijvoorbeeld de fysieke belasting, zoals kracht en houding en fysische factoren zoals lawaai en trillingen;
  • de arbeidsvoorwaarden: bijvoorbeeld de werktijden, nachtarbeid, ploegenarbeid;
  • de arbeidsverhoudingen: bijvoorbeeld contact- en ondersteuningsmogelijkheden en participatie.

Aan de hand van de analyse van de werksituatie kunnen dan de risico's geëvalueerd worden en op grond daarvan passende maatregelen genomen worden om de risico's te voorkomen of te verhelpen.

Een belangrijke beperking van de C.A.O. bestaat er in dat hij tot doel heeft de problemen op collectief vlak op te sporen en aan te pakken, terwijl in het koninklijk besluit van 17 mei 2007 de problemen ook op individueel vlak worden benaderd. In het kader van de algemene structuur van preventie gaat het dus voornamelijk om de preventie op het niveau van de onderneming in haar geheel en op het niveau van de groep. Bovendien heeft de CAO in de eerste plaats tot doel risico's te voorkomen (primaire preventie) of schade te voorkomen (secundaire preventie). De maatregelen op het vlak van het individu en de beperking van de schade (tertiaire preventie) komen dus niet als dusdanig aan bod in deze CAO.

Personen betrokken bij het beleid ter voorkoming van stress

Bij het in de onderneming gevoerde beleid ter voorkoming van stress door het werk, zijn dezelfde actoren betrokken als deze die tussenkomen bij het algemeen preventiebeleid dat in de onderneming wordt gevoerd.

De rol van de interne en externe dienst voor preventie en bescherming op het werk

Dit betekent dat de werkgever een beroep zal moeten doen op de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en, indien deze niet alle opdrachten kan vervullen, aanvullend op de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. De opdrachten van die diensten in verband met psycho-sociale belasting veroorzaakt door het werk, worden opgesomd in het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Naast de andere opdrachten van deze diensten zijn vooral de volgende opdrachten van belang voor het stressbeleid:

  • meewerken aan de identificatie van de gevaren;
  • advies verlenen over de resultaten die voorvloeien uit het vaststellen en nader bepalen van de risico's;
  • bijdragen tot en meewerken aan het onderzoek van de werkdruk;
  • bijdragen tot en meewerken aan de voorkoming van overmatige professionele fysieke en mentale vermoeidheid;
  • deelnemen aan de analyse van de oorzaken van aandoeningen te wijten aan de werkdruk en andere psycho-sociale factoren verbonden aan de arbeid;
  • advies verlenen over de vorming van de werknemers;
  • voorstellen doen voor het onthaal, de informatie, de vorming en de sensibilering van de werknemers inzake maatregelen in verband met het welzijn op het werk.

Deze opdrachten zijn in hoofdzaak adviesopdrachten waarbij de interne respectievelijk de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk de werkgever, de leden van de hiërarchische lijn en de werknemers bijstaan bij de uitvoering van hun verplichtingen.

De rol van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk

Ook de overlegorganen in de ondernemingen hebben een specifieke rol te vervullen. In tegenstelling tot de andere maatregelen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wordt niet alleen het comité voor preventie en bescherming op het werk betrokken bij de totstandkoming en implementatie van het beleid, maar ook de ondernemingsraad (dit is echter niet uitdrukkelijk in het koninklijk besluit van 17 mei 2007 vermeld). Dit heeft te maken met het feit dat niet alleen de omstandigheden waarin het werk wordt verricht het voorwerp zijn van de regelgeving, maar dat ook aspecten die betrekking hebben op de arbeidsorganisatie aan bod kunnen komen. Voor de eerste soort maatregelen is het comité bevoegd, voor de tweede soort de ondernemingsraad. Wanneer de getroffen maatregelen bijvoorbeeld betrekking hebben op de fysische agentia, zoals lawaai en trillingen zal het comité bevoegd zijn. Wanneer daarentegen wordt ingegrepen in het stelsel van ploegenarbeid of de arbeidsduur of wanneer de taakinhoud wordt aangepast zal de ondernemingsraad bevoegd zijn. In die gevallen wordt immers ingegrepen in de arbeidsverhoudingen.

Deze overlegorganen hebben het recht informatie te krijgen en voorafgaandelijk advies te verstrekken over de verschillende fasen van het beleid. Het informatierecht impliceet dat ook de resultaten van de algemene analyse van de werksituatie en van de evaluatie van de risico's worden meegedeeld. Wanneer er geen comité voor preventie en bescherming op het werk is, wordt het beleid gevoerd na advies van de vakbondsafvaardiging.

Rechten en plichten van de individuele werknemers

Ook ten opzichte van de individuele werknemers heeft de werkgever een aantal specifieke verplichtingen.

In de eerste plaats hebben deze werknemers recht op informatie. Deze informatie slaat op:

  • de aard van de werkzaamheden, in het bijzonder de taakinhoud, de organisatie van het werk, de contactmogelijkheden en de verplichtingen van de leden van de hiërarchische lijn;
  • de daaraan verbonden overblijvende risico's en meer bepaald met betrekking tot de stress door het werk;
  • de maatregelen die erop gericht zijn die risico's te voorkomen of te beperken.

Het is duidelijk dat het hier gaat om een specifieke informatie waarbij rekening wordt gehouden met de factoren die stress kunnen doen ontstaan en die nauw aansluiten bij de elementen die voorkomen in en voortvloeien uit de risico-analyse.

In de tweede plaats moet de opleiding die de werknemer in toepassing van de algemene wetgeving in verband met het welzijn op het werk ontvangt, rekening houden met de stressfactoren gebonden aan het werk.

Een laatste bepaling van de C.A.O. stelt tenslotte dat iedere werknemer naar vermogen moet medewerken aan het stressvoorkomingsbeleid op het werk. Deze bepaling kan beschouwd worden als een aanvulling op of precisering van de verplichtingen van de werknemers die opgenomen zijn in artikel 6 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Meer informatie

Zie de website www.respectophetwerk.be.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites