Algemeen principe
In de privé-sector heeft elke werknemer het recht om ouderschapsverlof te nemen. De nieuwe regeling geldt eveneens voor het statutair en contractueel personeel van de provincies, de gemeenten, de agglomeraties en federaties van gemeenten. De openbare inrichtingen en de publiekrechtelijke verenigingen die afhangen van deze besturen worden gemachtigd om deze regeling op hun personeel toe te passen.
Om voor zijn kind te zorgen heeft de werknemer de keuze om op één van volgende manieren zijn ouderschapsverlof op te nemen:
elke werknemer (voltijds of deeltijds tewerkgesteld) kan gedurende een periode van drie maanden de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig schorsen; de periode van drie maanden kan naar keuze van de werknemer in verschillende maanden worden opgesplitst;
elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van zes maanden zijn arbeidsprestaties halftijds verderzetten; de periode van zes maanden kan naar keuze van de werknemer in verschillende maanden worden opgesplitst. Er moet echter rekening gehouden worden met een duur van twee maanden of een veelvoud hiervan bij elke aanvraag;
elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van vijftien maanden zijn arbeidsprestaties met één vijfde verminderen; deze vermindering van de arbeidsprestaties kan naar keuze van de werknemer in verschillende maanden worden opgesplitst. Er moet echter rekening gehouden worden met een duur van vijf maanden bij elke aanvraag.
Een overstap van de ene regeling naar een andere is mogelijk. Hierbij is het zo dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties en gelijk is aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde. Bij een overstap dient de minimumduur van het verlof telkens te worden gerespecteerd.
Het recht op ouderschapsverlof geldt per kind dat aan de leeftijdsvoorwaarde beantwoordt (zie verder), voor de twee ouders afzonderlijk, uiteraard voor zover de beide partners dit recht kunnen genieten. Het recht op loopbaanonderbreking geldt niet meer wanneer de werknemer voor hetzelfde kind reeds ouderschapsverlof zou hebben genomen in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64.
Periode van het verlof
Elke werknemer kan het ouderschapsverlof opnemen binnen een periode die begint te lopen vanaf de geboorte van zijn kind. Dit verlof moet een aanvang nemen voor het kind 12 jaar wordt (in werking getreden op 1 april 2009).
Ook in geval van adoptie is er een recht op ouderschapsverlof. In het kader van de adoptie van een kind, heeft de werknemer recht op ouderschapsverlof gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het king twaalf jaar wordt.
Een werknemer heeft maar recht op ouderschapsverlof wanneer hij in de periode van 15 maanden die voorafgaan aan die schriftelijke kennisgeving aan de werkgever, gedurende 12 maanden verbonden is geweest met een arbeidsovereenkomst met de werkgever die hem tewerkstelt.
Verwittiging van de werkgever
De werknemer moet de werkgever ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden op voorhand verwittigen per aangetekende brief of door de overhandiging van een brief (waarvan een afschrift door de werkgever wordt ondertekend als ontvangstbewijs) waarin de gewenste aanvangsdatum van het ouderschapsverlof wordt vermeld. De werkgever kan een kortere termijn aanvaarden. Ten laatste op het ogenblik dat het verlof ingaat moet de werknemer de documenten tot staving van het recht op ouderschapsverlof bezorgen (bv. geboorte-uittreksel, bewijs van inschrijving,…).
Per aanvraag kan slechts één aaneengesloten periode van ouderschapsverlof worden aangevraagd. Wat deze periode betreft dienen hierbij telkens de geldende minima (zie hoger) te worden gerespecteerd.
Uitstel van het verlof
De werkgever kan, tijdens de maand die volgt op de schriftelijke kennisgeving, de aanvang van de loopbaanonderbreking uitstellen voor redenen die betrekking hebben op de werking van de onderneming. Dit uitstel is echter beperkt tot maximaal zes maanden.
Onderbrekingsuitkering
In het kader van het ouderschapsverlof gelden volgende bruto onderbrekingsuitkeringen:
Onderbrekingsuitkering - Volledige onderbreking
Volledige onderbreking
|
Voltijds tewerkgesteld
|
Deeltijds tewerkgesteld
|
726,85€
|
726,85 € (onderbroken uren) uren van een voltijdse tewerkstelling
|
Onderbrekingsuitkering - Loopbaanvermindering met 1/2 en met 1/5
Loopbaanvermindering met 1/2
|
Loopbaanvermindering met 1/5
|
- 50 j.
|
+ 50 j.
|
- 50 j.
|
- 50 j. (alleenstaande **)
|
+ 50 j.
|
363,42 €
|
616,45 €
|
123,29 €
|
165,80 €
|
246,58 €
|
NB: Al deze bedragen zijn de op 1 september 2008 geïndexeerde bedragen.Voor de deeltijdse werknemers worden deze bedragen proportioneel berekend.
** een alleenstaande is de werknemer die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen ten laste
De aanvraag van de onderbrekingsuitkering moet worden ingediend aan de hand van formulieren die worden verstrekt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Ontslagbescherming
De ontslagbescherming van de regeling van de loopbaanonderbreking is van toepassing. Dit betekent dat de werkgever geen handeling mag stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te maken aan de dienstbetrekking, tenzij hij een dringende of voldoende reden heeft.
De ontslagbescherming gaat in de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever en eindigt drie maanden na het einde van het ouderschapsverlof.Ingeval het ouderschapsverlof voltijds is opgenomen, wordt de opzeggingstermijn die door de werkgever wordt gegeven voor of in de loop van dit verlof geschorst tijdens de periode van volledige schorsing.
Dit laatste geldt niet ingeval van ouderschapsverlof met deeltijdse prestaties.